Het kost heel wat jaren om ons leven op te bouwen en zelfstandig te worden. Zo tussen de 40-50 jaar is dat min of meer voltooid. Bekend is, dat wij vooral halverwege ons leven getroffen kunnen worden door tegenslag of mislukking. De dingen lopen anders dan wij gedacht hadden, wij kunnen met onszelf in de knoop komen, of op een andere manier in een crisis geraken.

Op middelbare leeftijd staan wij als het ware op een bergplateau. Dan liggen er nog jaren voor ons. Al klimmen we nog hoger, het lange aftellen is begonnen. Wij willen lang gezond blijven, leuke dingen doen en vaak op vakantie. Maar aan de mistige horizon wacht ons onherroepelijk de dood.

Sterven voor de dood

In de contemplatieve tradities wordt gesproken over ‘sterven vóór de dood’. Dat is geen simpele zaak, en mag dan ook niet gebeuren voor er sprake is van een stevig zelfbesef. Het gaat om het loslaten van onze eigenheid, waar wij jaren aan hebben gewerkt om ons in deze wereld te handhaven en te profileren: wie ik ben, wat ik mij heb toegeëigend en waar ik mij mee heb geïdentificeerd. Dus alles wat ‘ik’, ‘van mij‘ of ‘mijn’ heet. Het betekent het loslaten van een vergissing. Want het ‘ik’ is een kalkkorst, in het oosten een schadelijke illusie genoemd.

De tweede geboorte

In het evangelie heet dit: mijn leven verliezen, zodat God in mij geboren kan worden. De levenskracht (spiritus) die Adam bezielde, doet ons dagelijks ademen. De godsdienst (religie) probeert ons daar bewust van te maken: religare = de mens weer verbinden met zijn goddelijke oorsprong. Wij noemen dat wedergeboorte. De eerste geboorte is de geboorte van de mens, de tweede geboorte is de geboorte van God in de mens.

Daarom doet er zich soms een flinke crisis voor in ons leven. Wanneer ons afgesloten ik (schijnbaar van buitenaf) wordt opengebroken door de ziel, die ruimte en beweging zoekt.
Een bloemknop die openbreekt.

Een marathon lopen

Geloven hoort vooral bij mijn eerste levensfase. Mijn leven verliezen en een spirituele weg volgen, vooral bij de tweede. Het doopsel lijkt daarom op het startbewijs voor een marathon. Die kunnen wij lopen (als consequentie van het geloof) door te kiezen voor het lange omvormingsproces: ‘niet mijn wil, maar Uw wil geschiede’. Dus wanneer ik mijn leven in dienst stel van mens en wereld.

In die tweede fase mag de prediking steeds meer plaatsmaken voor begeleiding. Zeker nu wij met z’n allen steeds ouder worden. Het perspectief vanaf het bergplateau verandert met dat ‘tweede leven’. De toekomst biedt mij immers een geweldige mogelijkheid om geestelijk steeds verder uit te groeien. Het vraagstuk van een ‘voltooid leven’ hoeft zich dan niet voor te doen!

Terug