Wij leven in een chaotische wereld, getuige het dagelijks nieuws. De ideologieën zijn verbleekt, de religie wordt gewantrouwd of genegeerd, het ventileren van de eigen mening staat voorop.

Ons zogenaamd ‘achterhaalde’ geloof, heeft plaatsgemaakt voor een blind geloof in wetenschap, techniek, economie en vooruitgang. Wij zijn autonoom en kritisch geworden, hebben het druk met van alles en komen chronisch tijd tekort. Als mens en samenleving zijn wij geseculariseerd en hebben nauwelijks nog geestelijke diepgang. Er blijft weinig aandacht over voor het onzichtbare en onmeetbare, terwijl zich daar juist 90% van de informatie bevindt. Een klimaat dus waarin spiritualiteit geen ruimte krijgt, terwijl dit zo verschrikkelijk nodig is.

Van geloof naar spiritualiteit

Lang geleden ontstonden de wereldgodsdiensten. Zij brachten ons rijke levensvisies vol perspectief, en schatten aan wijsheid en mystieke kennis. Kijkend naar het christendom valt ons op, dat het geloof voor velen echter een culturele deklaag is gebleven. Wij hebben overgeslagen om met onszelf aan de gang te gaan, een wezenlijke gedragsverandering is uitgebleven.
Geen enkele vorm van kerkvernieuwing zal nog succes opleveren, tenzij wij de diepte ingaan en de overstap maken van geloof naar spiritualiteit.

Geestelijke verdieping

Kern van dit begrip is ‘spiritus’ (= geest). In het verleden gebruikte men dit woord voor de Geest van Jahweh (die over de wateren zweefde, en de mens adem gaf). Spiritualiteit in het christendom slaat op het leven uit de H. Geest. Dat heeft in de geschiedenis verschillende vormen aangenomen in: ascese, godsvrucht, kloosterleven, diaconaat, vroomheid, navolging, mystiek, zorg, innerlijk of geestelijk leven. De moderne tijd heeft zich de spiritualiteit toegeëigend, en biedt nu onderdak aan de meest vreemdsoortige ‘geesten’. Dat gebeurt omdat de kerken het zelf laten afweten. Buiten de kloosters (nog een paar) krijgt spiritualiteit vrijwel nooit aandacht, evenmin als het begeleiden naar geestelijke verdieping.

De weg naar binnen

De laatste eeuwen is het accent steeds meer op de geloofsleer (kennis, catechese, verkondiging) komen te liggen. De religieuze ervaring is daardoor naar de achtergrond verdrongen. Zo zijn geloof en spiritualiteit uit elkaar gegroeid, en is er bloedarmoede ontstaan in de kerken. Het religieuze is echter geen wereld buiten mij, maar een diepte-dimensie in mijn leven. De bron van kennis en waarheid bevindt zich altijd in mij, als een schat in de akker. Daarom vormt zelfkennis de basis van spiritualiteit.

De mens moet eerst zijn onzichtbare ‘ik’ leren kennen, voordat hij eraan kan beginnen de onzichtbare God te willen zien. Als gij niet in staat bent uzelf te kennen, hoe durft gij het dan aan te kennen wat boven u is?
(Richard v. St. Victor – 12e eeuw)

Geen uiterlijke autoriteit, niet de schrift, niet het dogma kan u zalig maken; gij moet alles in u ervaren en beleven.
(Eckhart – 13e-14e eeuw)

Het is toch een grote dwaasheid en een schande dat wij christenen rondlopen als blinde kippen en ons eigen zelf, dat in ons is, niet kennen en er zelfs niets over weten.
(Tauler – 14e eeuw)

De weg naar God is de weg naar binnen. We moeten God allereerst zien, als de diepste grond van ons wezen.
(Titus Brandsma)

Vanaf de woestijnvaders tot ver in de Middeleeuwen werd er nadruk gelegd op de weg naar binnen, als de weg naar God. Er was een lange scholingsweg nodig om jezelf te leren kennen, het ging om inkeer, innerlijk leven en contemplatie. Die lijn moeten wij weer oppakken.

Terug