3. Wat is mijn identiteit?

De opbouw van mijn persoonlijkheid hangt voor een belangrijk deel af van mijn eigen keuzes. Toch kan het nog een tijd duren voor ik ontdek wie of wat ik eigenlijk ben. En dan nog. Als ik weet wie ik ben, dan komt er een vraag steeds centraler te staan: Wat is mijn identiteit, is dat mijn ‘ik’?

Mijn ik als regisseur

Door waar te nemen en na te denken kan ik gaan ontdekken (zeker in oefensituaties) wat de kenmerken zijn van mijn ik. Uit mijn biografie kan ik een zelfbeeld maken. Gewoonlijk identificeer ik mij daarmee: zó ben ik! Maar het leuke is, dat er nog een verschil bestaat, tussen ‘het beeld dat ik van mezelf heb’, en ‘mijzelf’. Meestal stel ik mij gelijk aan de rollenspeler. Maar ik spéél de rol; ik bén het niet, want ik kan hem ook weer loslaten. – Een acteur speelt thuis ook geen toneelrol. – Maar wat is dan mijn ik, als ik geen rol speel?

Door mij systematisch terug te trekken uit de rollen die ik speel, kan ik ontdekken dat mijn ‘ik’ vooral een functie is, een identificatiemogelijkheid. Mijn ik voert de regie, neemt beslissingen, en geeft leiding aan mijn bezigheden, als een soort dirigent. Daarmee kan ik egoïstisch streven naar autonomie en macht, ofwel mij juist dienend opstellen t.b.v. mijn gezin, werk of mijn levensopdracht… Mijn ‘ik’ is een meet- en regelcentrale, het centrum van mijn bewustzijn.

Mijn ik als illusie

Mijn ik is echter niet de diepste laag van mijn persoonlijkheid. De boeddhist noemt het ik zelfs een schadelijke illusie. Ik héb een ik, maar ik bén het niet. Mijn identiteit valt niet samen met mijn ‘ik’, of het beeld dat ik van mijzelf heb. Bij ervaring valt zelfs ontdekken dat mijn identiteit van een andere orde is.

Dat kan ik bijv. beleven wanneer ik bij intens geluk of tegenslag mijn houvast totaal verlies en mijn regie tijdelijk wegvalt. Dan kan ik gaan ervaren, dat ik niet het centrum ben van de wereld, maar deel uitmaak van een groter geheel. Op deze manier kan ik contact krijgen met een bovenpersoonlijke wereld, waarin ik mijn ‘wezen’ kan ervaren. – Het vraagt al een flink stuk bewustwording om dit, ook onder gewone omstandigheden, werkelijk gewaar te worden.

De ziel als identiteit

Mijn wezen (ziel, leegte, diepte-dimensie, mystieke kern, Gods-aanwezigheid-in-mij) is geen ding of een idee, maar de diepste ervaring waartoe ik als mens in staat ben. Welnu de ziel is mijn wáre identiteit. In beeldspraak te vergelijken met ‘de componist’. Ik ‘heb’ geen ziel, ik ben (gestalte van) de ziel. De ziel heeft mij, als uitvoerder.

Maar daar kan een probleem ontstaan. Als ik mijn autonomie niet wil opgeven (doorgaans een heel moeilijke stap), dan wordt spiritualiteit onmogelijk. Stel dat ik ‘spiritualiteit’ erbij wil nemen, om welke reden dan ook, maar niet bereid is mijn ik-gerichtheid prijs te geven, dan kan er nooit sprake zijn van waarachtige spiritualiteit. Spiritualiteit heeft alles te maken met loslaten en overgave als basishouding. Dit is een belangrijk criterium om de echtheid ervan te meten. Veel moderne ‘spirituelen’ worden dan te licht bevonden.

Terug